Kunnen er na het isoleren van een spouwmuur schadelijke gassen in huis terechtkomen? Die vraag wordt steeds vaker gesteld. Vooral formaldehyde en isocyanaten worden genoemd in berichten over isolatiematerialen.
Om die vraag goed te beantwoorden moet eerst duidelijk zijn waarmee een spouwmuur wordt geïsoleerd. Niet ieder isolatiemateriaal bevat dezelfde stoffen en niet ieder materiaal wordt op dezelfde manier aangebracht.
Waar komen de verhalen over gassen uit isolatie vandaan?
Een deel van de zorgen heeft betrekking op isolatieschuimen waarbij tijdens het aanbrengen chemische stoffen worden gebruikt. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten schuim.
Bij UF-schuim, ureumformaldehydeschuim, is formaldehyde een belangrijk aandachtspunt. De GGD adviseert sinds februari 2026 om UF-schuim niet meer te gebruiken voor woningisolatie. Volgens de GGD kan tijdens en na het aanbrengen formaldehyde vrijkomen.
Bij PUR gaat het om andere stoffen. Voor de vorming van polyurethaan worden onder andere isocyanaten gebruikt. Vooral tijdens het verwerken zijn deze stoffen relevant. Het RIVM beschrijft dat blootstelling aan isocyanaten onder andere de luchtwegen kan sensibiliseren.
Formaldehyde bij UF en isocyanaten bij PUR zijn dus twee verschillende onderwerpen. Ze moeten niet op één hoop worden gegooid als “giftige gassen uit isolatie”.
Kunnen gassen vanuit de spouw de woning binnenkomen?
Of stoffen vanuit een spouw de woning kunnen bereiken hangt onder andere af van het gebruikte product, de hoeveelheid die tijdens of na verwerking wordt uitgestoten en de bouwkundige verbindingen tussen de spouw en de binnenruimte.
Een spouw is geen woonruimte, maar een woning is bouwkundig ook niet altijd volledig luchtdicht van de spouw gescheiden. Rond leidingdoorvoeren, aansluitingen en andere openingen kunnen verbindingen aanwezig zijn.
Juist daarom zijn emissies bij bepaalde isolatiematerialen relevant. Het feit dat een materiaal zich in de spouw bevindt, betekent niet automatisch dat mogelijke emissies nooit een woning kunnen bereiken.
Hoe lang kunnen stoffen na het isoleren vrijkomen?
Daar bestaat geen universele termijn voor. Dat hangt af van het materiaal en de chemische stof.
Bij sommige isolatieschuimen is de blootstelling vooral gekoppeld aan het mengen, aanbrengen en uitharden. Bij andere stoffen kan emissie gedurende langere tijd plaatsvinden.
Daarom is een uitspraak als “na 24 uur is ieder isolatiemateriaal veilig” te algemeen. Voor ieder product moeten de productspecifieke voorschriften en beschikbare gezondheidsinformatie worden gevolgd.
Waarom is formaldehyde bij UF-schuim actueel?
Formaldehyde is geen nieuw onderwerp binnen de bouw, maar UF-schuim staat opnieuw nadrukkelijk in de belangstelling door het advies van de GGD uit 2026.
De GGD adviseert UF-schuim niet meer te gebruiken voor het isoleren van woningen vanwege mogelijke blootstelling aan formaldehyde. Formaldehyde kan irritatie veroorzaken aan ogen, neus en luchtwegen. Langdurige blootstelling aan verhoogde concentraties is eveneens ongewenst.
Dat maakt het belangrijk om bij bestaande woningen niet alleen te vragen óf er spouwmuurisolatie aanwezig is, maar indien mogelijk ook welk materiaal in het verleden is gebruikt.
En hoe zit het met isocyanaten bij PUR?
Bij PUR speelt een ander gezondheidsvraagstuk. Isocyanaten worden gebruikt bij de chemische reactie waarmee polyurethaan wordt gevormd.
Blootstelling tijdens het verwerken kan gezondheidsrisico’s opleveren. Daarom gelden bij professioneel aangebrachte PUR strikte voorschriften voor de verwerking en bescherming van werknemers en bewoners.
De aanwezigheid van uitgeharde PUR in een woning is niet hetzelfde als blootstelling aan isocyanaten tijdens het spuiten. Die twee situaties moeten in gezondheidsinformatie duidelijk van elkaar worden onderscheiden.